Door de inzet van luizencontrole kan hoofdluis in een zo vroeg mogelijk stadium worden gesignaleerd en adequaat worden bestreden. De commissie luizencontrole voert na iedere vakanties controles uit bij alle kinderen van de school. De controles worden ook in het Wooldernieuws aangekondigd.

Als er luis wordt geconstateerd hanteren wij het Luizenprotocol

Hoe kom je aan luizen?
Luizen kunnen niet vliegen of springen. Ze lopen over. Als kinderen tijdens het spelen met de hoofden dicht bij elkaar komen, stappen de luizen gemakkelijk over van het ene hoofd op het andere. Ook via mutsen, jassen en dassen die dicht tegen elkaar aan hangen en via kammen, borstels en slapen in één bed tegelijkertijd of na elkaar, kunnen luizen worden overgedragen. De mens verliest gemiddeld 100 haren op een dag. Dit kan gebeuren met omkleden, jas uittrekken, in de auto enz. enz. Luizen op uitgevallen haren proberen snel weer een nieuwe gastheer te vinden. Zo kun je luizen overal oplopen.

Vooral onder omstandigheden waar veel mensen dicht bij elkaar verblijven, bijvoorbeeld tijdens vakanties en/of logeerpartijtjes, bij de sportvereniging en in volle bussen of treinen, wordt hoofdluis gemakkelijk verspreid. In school kan de verspreiding plaatsvinden via verkleed kleren, kapstokken en knuffels.

Iedereen kan besmet worden.
Iedereen kan hoofdluis krijgen. Een goede hygiëne heeft geen invloed op het voorkomen van hoofdluis. Luizen hebben juist een voorkeur voor schone hoofden. Het is dus niet waar dat luizen alleen voorkomen bij onverzorgde mensen.
Omdat kinderen meer bij elkaar in de buurt komen, bijvoorbeeld bij het spelen, komt hoofdluis bij hen vaker voor dan bij volwassenen. Binnen het gezin en op school krijgt hoofdluis evenveel kans om over te lopen.

Hoe weet je dat je hoofdluis hebt?
Kort na de besmetting met hoofdluis, merkt men meestal nog helemaal niets. Er kan dan echter al wel hoofdluis aanwezig zijn. Als de luizen zich vermenigvuldigd hebben ontstaat jeuk en gaat men krabben. Soms heeft men hoofdluis zonder jeuk. Jeuk is altijd een reden om na te kijken of er luizenen neten op het hoofd te zien zijn. De luizen zijn met behulp van een plastic stofkam op te sporen. Deze stofkam is te koop bij drogist of apotheek.

Wat kun je doen om hoofdluis te voorkomen?
Eigenlijk kun je niet voorkomen dat hoofdluizen van de een naar de ander overlopen. Je kunt alleen zorgen dat de Iuizen niet blijven zitten en zich vermeerderen. De beste manier hiervoor is controleren, namelijk door te kammen met een stofkam. Dit kun je iedere week doen en daarnaast dagelijks als op school hoofdluis voorkomt.

Taboes rondom hoofdluis
Hoofdluis is niet iets waar je gemakkelijk over praat. Sommige ouder(s)/verzorger(s) reageren serieus, andere weer laconiek of juist heel geschrokken. Er zijn mensen die zich ervoor schamen en er niet over willen praten. Zij zullen het vaak ook moeilijk vinden om hun kind te controleren op hoofdluis. Maar als het uitgesteld wordt, krijgt de luis juist de kans om zich verder te verspreiden.

Het is belangrijk om er wel over te praten. AIs een kind hoofdluis heeft, moeten de ouder(s)/verzorger(s) het melden aan de leerkracht. De school kan dan zelf maatregelen nemen en
aan andere ouder(s)/verzorger(s) doorgeven om alert te zijn op hoofdluis. Ook speelkameraadjes en logees moeten gewaarschuwd worden. Op die manier kunnen de kinderen min of meer gelijktijdig behandeld worden. Dan wordt de cirkel van herbesmetting verbroken.